BENG-normen

BENG-normen en hun rol in energiezuinige nieuwbouw

De BENG-normen (Bijna-Energieneutraal Gebouw) zijn sinds 2021 de wettelijke standaard voor alle nieuwe gebouwen in Nederland. Ze zijn opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en komen vanuit de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen. Het doel is om de energiebehoefte te beperken, primair fossiel energiegebruik te reduceren en het aandeel hernieuwbare energie te vergroten.

BENG 1 – Maximale energiebehoefte

BENG 1 legt vast hoeveel energie een gebouw maximaal mag gebruiken voor bijvoorbeeld verwarming, koeling en tapwater. De norm wordt uitgedrukt in kWh per m² per jaar. Het dwingt ontwerpers tot een energiezuinig ontwerp. Hoe compacter een gebouw, hoe lager de energiebehoefte.

Passieve maatregelen en isolatie

Om de maximale energiebehoefte te beperken zijn thermische isolatie, luchtdicht bouwen en oriëntatie van belang. Denk bijvoorbeeld aan een dichte gevel aan de noordzijde, zonwerende beglazing op het zuiden en een optimale balans tussen glas en massa. Deze maatregelen leiden tot beperkte warmteverliezen en minder koude lucht dat binnendringt.

BENG 2 – Maximaal primair fossiel energiegebruik

BENG 2 gaat over het beperken van het gebruik van fossiele energiebronnen. Voor woningen ligt de grens bij 25 kWh/m² per jaar, waardoor vrijwel alle nieuwe woningen aardgasvrij zijn. Het primair energiegebruik wordt verlaagd door efficiënte installaties en door zelf opgewekte energie te verminderen.

Rol van hernieuwbare opwekking

Door pv-panelen en warmtepompen te plaatsen, kan het primair fossiele energiegebruik aanzienlijk dalen. Hierdoor komt het gebouw dichter in de buurt van concepten zoals nul-op-de-meter.

BENG 3 – Minimaal aandeel hernieuwbare energie

De derde eis gaat om het minimale aandeel hernieuwbare energie in de energievoorziening. Woningen moeten minimaal 50% halen en utiliteitsgebouwen 40%. Dit aandeel wordt ingevuld met hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnepanelen, zonneboilers en andere groene energiebronnen. Daarnaast speelt de opslag ook een belangrijke rol. Zo kun je met een thuisbatterij bijvoorbeeld de overdag opgewekte zonne-energie opslaan voor later.

Locatiegebonden omstandigheden

Niet elk gebouw kan evenveel duurzame energie opwekken door schaduw of beperkte dakruimte. In dit soort gevallen kan het bevoegd gezag uitzonderingen toestaan. Toch blijft het uitgangspunt dat hernieuwbare opwekking een belangrijk aandachtpunt is in elk ontwerp.

Comfort en oververhitting

Naast de drie BENG-indicatoren wordt er gekeken naar zomercomfort. Met de TO-juli-indicator wordt berekend of de woning in warme perioden niet te veel opwarmt. Hierdoor wordt gecontroleerd dat oververhitting acceptabel blijft, ook zonder actieve koeling.

Passieve koeling en simulaties

Maatregelen als zonwerende beglazing, nachtventilatie of extra thermische massa leveren een bijdrage aan een gezond binnenklimaat. Bij complexe ontwerpen kan een dynamisch simulatieprogramma nodig zijn om te bewijzen dat het binnenklimaat op orde blijft.

BENG in de praktijk en regelgeving

De BENG-eisen zijn wettelijk verankerd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Als je een vergunning aanvraagt, moet een BENG-berekening volgens de NTA 8800 worden ingediend. Deze berekening leidt tot een geregistreerde energieprestatie en uiteindelijk een energielabel.

Toepassing op verschillende gebouwen

De normen gelden voor nieuwbouw woningen, grondgebonden woningen, individuele appartementen en utiliteitsgebouwen. Voor sommige functies zijn aparte regels vastgesteld, zodat de energieprestatie van gebouwen per gebruiksfunctie eerlijk beoordeeld wordt.

Bestaande bouw en renovatie

Voor de bestaande bouw gelden de BENG-eisen niet direct, maar ook hier wordt energiezuinigheid belangrijker. Kantoren moeten minimaal energielabel C behalen en bij renovaties wordt vaak gewerkt volgens bijna energieneutrale concepten. Hierdoor wordt ook de bestaande voorraad voorbereid op de toekomst.

BENG versus nul-op-de-meter

Een veelgestelde vraag is het verschil tussen BENG en nul-op-de-meter. Een BENG-woning voldoet aan wettelijke eisen voor gebouwgebonden energieverbruik, maar telt gebruikersstroom niet mee. Een NOM-woning dekt alle energie, inclusief apparaten en verlichting, met eigen opgewekte energie.

Veelgestelde vragen over BENG-normen

Ja, alle nieuwe gebouwen in Nederland vallen onder de BENG-eisen die zijn opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Deze wettelijke eisen gelden voor nieuwbouw woningen, grondgebonden woningen, individuele appartementen en utiliteitsgebouwen. Alleen in uitzonderlijke situaties, zoals bij tijdelijke gebouwen, kan het bevoegd gezag vrijstelling geven.

De oude EPC gaf één getal voor de energieprestatie van gebouwen, terwijl de BENG-normen bestaan uit drie aparte eisen:

  • BENG 1: maximale energiebehoefte
  • BENG 2: maximale primair fossiel energiegebruik.
  • BENG 3: minimale aandeel hernieuwbare energie.

Hierdoor ontstaat een specifieker beeld van de duurzaamheid van bijna energieneutrale gebouwen.

Volgens BENG 3 moet elk gebouw een minimaal aandeel hernieuwbare energie gebruiken, bijvoorbeeld door middel van pv-panelen, zonneboilers of andere hernieuwbare energiebronnen. Dit percentage ligt bij woningen op minimaal 50% en bij utiliteitsbouw op 40%. Hierdoor stimuleren de normen het gebruik van duurzame opwekking en een afname van fossiele energiebronnen.

Als je een vergunning aanvraagt, moet een officiële BENG-berekening worden uitgevoerd volgens NTA 8800. Het resultaat wordt een geregistreerde energieprestatie, wat wordt uitgedrukt in kWh per m² per jaar. Dit is de basis voor het uiteindelijke energielabel en biedt inzicht in het aandeel opgewekte energie en het resterende primair fossiel energiegebruik.

De basis voor energiezuinige nieuwbouw en duurzame groei

De BENG-normen zijn sinds 2021 de wettelijke basis voor energiezuinige nieuwbouw in Nederland. Door strenge eisen te stellen aan de maximale energiebehoefte, het primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie, stimuleren de normen de bouw van bijna energieneutrale gebouwen. Door maatregelen te nemen zoals thermische isolatie, het plaatsen van pv-panelen en slimme installaties dragen de BENG-eisen bij aan duurzame groei, gezonde binnenklimaten en een toekomstbestendige gebouwvoorraad.